2FG coaching en advies

Faalangst of tóch iets anders?

Of: Waarom stop je als iets écht moeilijk wordt.

Is faalangst bij hoogbegaafden wel altijd ‘gewoon’ faalangst? En afhaken als je een bepaald niveau hebt bereikt, komt dat eigenlijk wel door verveling? Ken je het kunstje nu wel? Is het gewoon weer tijd voor iets nieuws of is er misschien iets anders aan de hand?

Faalangst-of-toch-iets-anders

Niet aan beginnen!

In het artikel over perfectionisme op mijn website schreef ik al over een aantal mogelijke oorzaken die ertoe zouden kunnen leiden dat hoogbegaafden soms besluiten om niet aan een taak te beginnen. Bijvoorbeeld omdat ze denken dat de mogelijkheid bestaat dat het niet helemaal foutloos, of volgens de eigen hoge standaard kan worden volbracht.

Rendement

Nu denk je misschien: dat is niet speciaal iets voor hoogbegaafden, er zullen meer mensen zijn die niet aan iets beginnen als ze denken dat het resultaat onvoldoende zal zijn. Of dat de inzet niet in verhouding staat tot het resultaat of de uiteindelijke opbrengst. Je gaat tenslotte geen studie aan de landbouwuniversiteit doen om vervolgens wat sla in je achtertuintje te kunnen verbouwen.

Ik denk dat er bij hoogbegaafden nog iets anders een rol speelt waardoor ze er soms voor kiezen om iets niet te doen. En dan gaat het vooral om dingen die écht moeite kosten. Dingen die veel vergen van het brein.

Hongerig en toch lui?

Je zou kunnen denken: dat is in tegenspraak met andere beweringen over het hoogbegaafde brein. Dat hoogbegaafde brein is immers een ‘hongerig brein’, nieuwsgierig van aard. Hongerig naar complexiteit. En het wil graag nieuwe dingen leren, uitgedaagd worden, werken! Dat ís ook zo, maar daar zitten ook bepaalde grenzen aan. Bijvoorbeeld dat, als iets veel tevéél moeite gaat kosten, of echt, écht ingewikkeld wordt, of er echt, écht véél inzet voor nodig is, dat hoogbegaafden toch maar al te vaak afhaken. Stoppen. Tot een bepaald niveau iets nieuws leren, prima! Maar niet het expertlevel hoeven te bereiken. Waarom is dat?

Vergoelijken

Een reden om dit voor jezelf op een voor de hand liggende manier te verklaren is dat: “Als je het kunstje eenmaal doorhebt, het niet zo interessant meer is.” of: “Dat je nu eenmaal een generalist bent en geen expert wil of kan zijn op zoveel verschillende gebieden.” En: “Dat het ‘hongerige brein’ gewoon weer behoefte heeft aan iets nieuws, telkens weer iets nieuws.” Waarheden die ik niet zal tegenspreken, want ik zie het vaak genoeg om me heen gebeuren en ik heb het zelf ook vaak genoeg ervaren. Het bestaat écht.

En tóch zou het kunnen dat er ook iets anders aan de hand is. Iets dat misschien minder leuk is om vast te stellen, minder aangenaam. Dat gaat namelijk niet om een ‘positief effect’ van hoogbegaafd zijn -ik vind een ‘hongerig brein’ heel positief, net als nieuwsgierigheid. Het houdt je bij de tijd, ontwikkeld-. Het gaat over iets dat misschien niet alleen psychisch, maar deels fysiek is. Niet dat je er niets aan kunt veranderen, dat kan gelukkig wel.

In de weerstand

Dat ‘hongerige brein’ van hoogbegaafden is wel hongerig en nieuwsgierig maar het is ook, net zoals het brein van iedereen, liever lui dan moe. Even de proef op de som. Als ik je vraag om de volgende rekensom te maken: 9 x 2 = ? dan draai je je hand er zeer waarschijnlijk niet voor om. Je weet meteen het antwoord [1]

Maar als ik je nu vraag om uit je hoofd 327 te delen door 5 en ik zeg erbij dat ik het écht nú wil weten en dat je er geen hulpmiddelen bij mag gebruiken, dan schiet bij de meeste mensen het brein in de weerstand, het blokkeert als het ware. Ze willen een rekenmachine pakken of een papiertje gebruiken, ze gaan lachen of uitvluchten verzinnen of ze doen een educated quess, een gok dus. Maar al te vaak weigert het brein de opdracht gewoon uit te voeren en komt weg met een gok of een smoes.

Systeem 1 en systeem 2

Ons brein verwerkt op twee verschillende manieren gegevens en neemt beslissingen. Je zou kunnen zeggen dat er een systeem is dat verantwoordelijk is voor de ‘makkelijke’ beslissingen die je neemt. En er is een tweede systeem dat de meer ‘ingewikkelde’ zaken afhandelt; complexe berekeningen, ingewikkelde redeneringen met veel variabelen en zaken die anders of abnormaal lijken te zijn [2]. Systeem 1, dat verantwoordelijk is voor de makkelijke zaken, loopt daar dan als het ware ‘op vast’ en geeft het door aan systeem 2 dat de ingewikkelde zaken voor zijn rekening (zou) moet(en) nemen.

Systeem 1 is verantwoordelijk voor ongeveer 92% of meer van de beslissingen die je neemt op een dag. En vergis je niet, dat zijn er veel. Elke beweging, alles wat je zegt of doet, de emoties die je voelt, de antwoorden die je geeft op een vraag, een menig die je geeft, het komt (vooral) voort uit beslissingen die je brein in systeem 1 neemt. Dat zijn er gemiddeld meer dan 35.000 per dag. We vertrouwen volledig op systeem 1. De beslissingen die we in systeem 1 nemen zijn onbewust, nemen we vaak zonder duidelijke reden en systeem 1 kost weinig energie [3]. Dat is dan ook meteen de meest voor de hand liggende reden voor het bestaan van deze twee systemen; Energie is van nature schaars. Ons lichaam is evolutionair gebouwd voor schaarste. Ons brein dus ook. Liever lui dan moe. Dus het brein wil het liefst zoveel mogelijk afhandelen in het energiezuinige systeem 1. Maar omdat we graag als bewuste en verantwoordelijke wezens willen worden gezien, ook door onszelf, en we de meeste beslissingen in systeem 1 onbewust nemen, zijn we er heel goed in om achteraf allerlei redenen toe te kennen aan een genomen beslissingen. We verdoezelen daarmee als het ware dat we als veelal onbewuste wezens door het leven gaan.

Als systeem 1 onverhoopt ‘vastloopt’ omdat een redenering te complex of een berekening te ingewikkeld is, er teveel variabelen en/of mogelijkheden zijn, of als er zich een abnormaliteit voordoet; iets dat niet hoort, niet past, niet klopt, abnormaal lijkt, dan wordt systeem 2 ingezet. De primaire reactie van systeem 2 is: weerstand. We doen iets misschien liever niet, dan dat het energie moet gaan kosten. Systeem 2 probeert het werkje dus eerst terug naar systeem 1 te sturen door aan te sluiten bij de vermoedelijke uitkomst die min of meer in systeem 1 al naar voren kwam. Lijkt dat niet heel onlogisch of ongeloofwaardig dan sluit systeem 2 zich graag aan bij systeem 1. Het lijkt alsof systeem 2 als het ware de bevindingen van systeem 1 ‘goedkeurt’ en de educated quess is een feit. En die gok wordt door de persoon zelf meestal als ‘de waarheid’ gezien omdat het ‘bewuste’ systeem 2 er zijn ‘goedkeuring’ aan gaf. Maar eigenlijk heeft systeem 2 (nog steeds) niet écht iets gedaan. Dit principe kost de samenleving jaarlijks miljarden.

Als systeem 1 alsnog ‘vastloopt’ omdat er sprake is van een abnormaliteit of omdat de kennis of ervaring of kunde (bijvoorbeeld de kwaliteit om het logisch te beredeneren) om het probleem onbewust op te lossen overduidelijk ontbreekt, dan komt, tegen wil en dank, systeem 2 in actie. Systeem 2 laat je bewust over het probleem nadenken, probeert het echt op te lossen of te begrijpen. Dat kost moeite en dus energie.

De kenmerken van de twee systemen in ons brein:

Systeem 1

Systeem 2

92% van de beslissingen8% van de beslissingen
Is onbewustBewust
SnelLangzaam
Geen aandacht nodigWel aandacht vereist
Weinig moeiteVeel moeite
Is altijd ‘aan’Is moeilijk ‘aan’ te zetten
AutomatischOnder controle
SubjectiefObjectief
Wordt beïnvloed door emotiesHangt niet samen met emoties
Instinctief, creatiefLogisch, rationeel
ImpulsiefDoordacht
OptimistischRealistisch

De verdeling van de systemen van een gemiddeld brein uit verscheidene bronnen samengesteld.

Poortwachter?

Op basis van welke criteria bepaalt het brein of iets nog in systeem 1 kan worden afgehandeld en wanneer systeem 2 moet worden ingezet? Ons brein maakt een intuïtieve afweging of een probleem thuishoort in systeem 1 of 2. Het volgende voorbeeld maakt dit duidelijk:

Als ik je vraag om 1623 : 3 uit te rekenen, dan voelen de meeste mensen direct weerstand. Niet dat het een heel ingewikkelde som is maar het brein vindt het er best al best ingewikkeld uitzien en wil er niet graag aan beginnen. Het lijkt erop dat het brein het als te complex voor systeem 1 inschat en het naar systeem 2 wil verhuizen. Maar systeem 2 verzet zich omdat het energie kost en het lijkt niet zo belangrijk. Het brein wil het dus liever tóch in systeem 1 doen. Uiteindelijk is het effect dat het brein de opdracht weigert, al dan niet met een smoes of, in het beste geval, een gokje waagt.

Maar als ik je vraag om 3 x 541 uit te rekenen, dan vindt het brein het op het eerste gezicht veel makkelijker en zal prima met de taak beginnen. Je voelt die weerstand niet, of in elk geval veel minder. Immers, 3x 500 en 3x 40 en 3x 1, daar hoef je niet echt lang over na te denken. Het brein schat in dat het deze som prima af kan in systeem 1.

Een hoog IQ en systeem 2

Je zou je kunnen voorstellen dat iemand met een hoger IQ in systeem 1 meer aankan dan iemand met een lager IQ. Dat zou betekenen dat als je een hoog IQ hebt, je minder vaak systeem 2 hoeft aan te spreken dan als je een laag IQ hebt. En als je met een lager IQ vaak systeem 2 moet aanspreken dan zou het best eens kunnen dat dat op den duur steeds makkelijker gaat. Het is bekend dat in het brein verbindingen groeien [4] en toegankelijker worden als je ze vaker aanspreekt. Een klein paadje wordt door het veel te gebruiken op den duur een snelweg. Iemand met een hoog IQ, die systeem 2 maar relatief weinig nodig heeft, heeft dus minder toegankelijke verbindingen naar systeem 2, het is een klein, bijna in onbruik geraakt ontoegankelijk paadje. Het aanspreken van systeem 2 zal dan dus nog meer moeite kosten en vermoedelijk meer gevoel van weerstand opleveren. Best kans dat je dan ook eerder afhaakt. Stopt. Dat systeem 2, met of zonder smoes, weigert als systeem 1 het onverhoopt toch echt te moeilijk vindt.

De hypothetische verdeling van de kenmerken van de systemen in het brein van een hoogbegaafde:

Systeem 1

Systeem 2

>92% van de beslissingen <8% van de beslissingen
Niet geheel onbewust Bewust
Is supersnel Minder snel
Weinig tot geen aandacht nodig Wel aandacht vereist
Weinig moeite Veel moeite
Is altijd ‘aan’ Is heel moeilijk ‘aan’ te zetten
Automatisch Onder controle
Subjectief Objectief
Wordt beïnvloed door emoties Hangt niet samen met emoties
Instinctief, creatief, ook logisch, soms rationeel* Logisch, rationeel
Impulsiever en soms doordacht Goed doordacht
Optimistisch en soms realistisch Realistisch

*Het rationele bewustzijn en emotionele bewustzijn lijken in het hoogbegaafde brein vaak minder duidelijk van elkaar gescheiden. Dat komt door de complexiteit van denken in combinatie met de diepe prikkelverwerking [5] die samengaat met hoogsensitiviteit. Bij deze diepe prikkelverwerking zien we breinactiviteit in vrijwel het gehele brein naar aanleiding van een prikkel. Bij normale prikkelverwerking beperkt dat zich tot bepaalde centra van het brein. Ongeveer 80% van de hoogbegaafden is ook hoogsensitief.

Systeem 2 trainen

Als je de weerstand van systeem 2 herkent en weet dat je met zeer plausibele smoezen regelmatig afhaakt als iets echt moeilijk wordt en je daar hinder van ondervindt, dan kan je de route naar systeem 2 natuurlijk trainen. Daag jezelf regelmatig uit om problemen op te lossen, dingen te proberen te begrijpen, die niet meer in jouw systeem 1 passen. Zoek de grens op, ga er bewust overheen en dwing jezelf door de weerstand. Doe je dat vaak genoeg, dan zal je merken dat systeem 2 na verloop van tijd makkelijker toegankelijk wordt en je minder weerstand ervaart bij het oplossen van moeilijke problemen en dus minder snel afhaakt.

 

Arnout Mostert

 

Voetnoten:

[1] Nog even los van het gegeven dat veel hoogbegaafden het antwoord wel weten maar meteen zouden vragen: “Waarom wil je dat weten?”

[2] Daniel Kahneman, Ons feilbare denken, mei 2012. Originele titel: Thinking, Fast and Slow. Grondlegger van de theorie van systeem 1 en systeem 2.

[3] Al maakt het menselijk brein maar 2% uit van ons lichaamsgewicht, het verbruikt wel 25% van de energie die we hebben. Je hersenen wegen ongeveer 1,5 kilo.

[4] Hier is veel onderzoek naar gedaan. Onder andere door Margriet Sitskoorn. Zij schreef het boek Het maakbare brein. Uitleg: Kijk deze video.

[5] Elke van Hoof: “Wat we zien, is dat de hersenen van HSP’ers onder de fMRI-scanner bij een bepaalde opdracht in meer gebieden oplichten dan die van de niet-HSP’ers. Dat noemen we diepgaande verwerking. HSP’ers denken dus niet zoals niet-HSP’ers. Hun hersenen functioneren anders. Hoogsensitieve mensen krijgen daardoor vaak te horen dat ze de dingen te complex maken, dat ze veel te ver gaan met hun interpretaties.”  Prof. Dr. Elke Van Hoof is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB).

Ervaar jij ook regelmatig weerstand van je brein of ben je juist een enorme doorzetter en afmaker?

Consciëntieusheid en misschien zelfs wel óverconsciëntieusheid zijn ook échte hoogbegaafdheidskenmerken.
Staat dat hier haaks op of gaan ze hand in hand?

Ik hoor graag hoe jij dit ervaart. Je kan je reactie hieronder geven.

6 reacties

  1. Zinnig en herkenbaar stuk Arnout – dank je. Terwijl lekker geconcentreerd prutsen aan iets het lekkerste is wat er is, houdt iets anders me er zo veel mogelijk vanaf. Ik ervaar het altijd alsof ik kennelijk een (tweede?) bestuurder heb die op de rem trapt als ik het gaspedaal indruk: je wilt ontwikkelen (“als ik hier nou eens lekker veel energie in ging stoppen?”), maar tegelijkertijd de zaak ’te slim af zijn’ en geen onnodige energie verspillen (“er zijn zo véél dingen waar je energie in zou kunnen stoppen – is dit geen arbitraire keus? En ervaring leert bovendien: volhouden ho maar”). Ik zag het voor je artikel altijd als een vastliggend familietrekje. Misschien is er hoop!

    1. Graag gedaan Martin!
      Je beschrijft het mooi, de tweede bestuurder. Ik herken wat je bedoelt!
      Succes met het toegankelijker maken van jouw systeem 2.

      Groet, Arnout

  2. Wat een ontzettend interessant artikel! Ja, ik herken mezelf hier helaas in. Ik ben ook blij dat bevestigd wordt waar ik al een tijd mee liep. Ik ben gestopt met een opleiding terwijl ik tot dan toe goede cijfers haalde, maar op een gegeven moment werd het me te ingewikkeld. Ik kreeg geen werkervaringsplek bij mijn werkgever, ik was boos omdat ik me tijdens een groepsproject in mijn eentje kapot had moeten werken en we uiteindelijk toch maar een 5, 4 haalden en ik kan me herinneren dat ik tijdens een les niet direct vatte waar de stof over ging. Ik vroeg een gesprek aan met een leerkracht die tevens jobcoach was en vertelde haar dat ik twijfelde over de toekomstperspectieven m.b.t. de opleiding en dat ik eigenlijk liever verder wilde met mijn diploma interieurstyling. De coach was enthousiast en vond het logisch dat ik juist dat zou oppakken. Dus stopte ik, vlak voor mijn propadeuse…. Interieurstylist ben ik inmiddels niet meer.
    Al die tijd heb ik geweten dat ik een verscheidenheid aan redenen oplepelde naar anderen en naar mezelf, terwijl ik ergens diep van binnen wist dat ik geen doorzettingsvermogen had getoond. Het werd me gewoon ’te heet onder de voeten’. Ik ben inmiddels 60 jaar, weet pas sinds twee jaar dat ik hoogbegaafd ben en loop nog steeds rond met een stukje frustratie ten aanzien van niet afgemaakte opleidingen en gebrek aan motivatie voor welke opleiding dan ook. Gelukkig heb ik inmiddels wel een fijne baan op hbo-niveau, met veel collega’s die universitair geschoold zijn. Ik vind het interessant om te weten dat ik deze ‘weerstand’ t.a.v. opleidingen nog steeds zou kunnen breken. Ik ben me de laatste tijd meer aan het verdiepen in universitaire studies. Wie weet….Beter laat dan nooit!

    1. Hoi Anita,
      De weerstand die je ervaart/ervaarde kan te maken hebben met de twee systemen en met wat ik daarover beschrijf in het artikel. Het zou ook kunnen dat je last hebt of had van de ‘fear-zone’ die volgt op de comfort zone en die bijna altijd voorafgaat aan de leer-zone waarna je in de groei-zone terecht komt. De fear-zone is de zone waarin je belemmerende gedachten kan ontwikkelen zoals “dit kan ik niet, ik heb dit nog nooit gedaan, dit is te moeilijk voor me…” of dergelijke. Wat ook kan is dat je in de ‘zone van naaste ontwikkeling’ geraakt en ook daarbij kan je weerstand voelen. Hierbij is sprake van een volgende natuurlijke fase van ontwikkeling die zich aandient waarbij je hulp of uitleg nodig hebt om deze je eigen te maken. Ik zie dit meer als het natuurlijke ontwikkelingssysteem dan dat wat ik beschrijf over de twee systemen. Overigens is het een theorie en niet wetenschappelijk getoetst. Wat ik denk is dat je de toegang tot systeem 2 kan trainen door jezelf toch uit te dagen door de weerstand heen te gaan, telkens weer.

      Groet, Arnout

Reageer hier:

Je kan hieronder een reactie achterlaten op dit artikel. Jouw reactie kan anderen helpen. Na goedkeuring wordt je reactie onder het artikel op deze website geplaatst. Het kan dus even duren voordat je reactie zichtbaar is. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd maar is wel verplicht om in te vullen. Dit is om spam te voorkomen.

Ben je blij met dit artikel? Heb je er wat aan gehad? Ik hoop het, want daar schrijf ik ze voor!

Het schrijven van artikelen kost veel tijd en inzet. Met een donatie help je mij om meer van dit soort publicaties te kunnen schrijven. 

Meer weten..?

Wil je meer weten over systeem 1 en systeem 2 van ons brein, hoe het werkt en de gevolgen?
Hier vind je twee optredens van Daniel Kahneman:

Daniel Kahneman: Thinking Fast vs. Thinking Slow | Inc. Magazine

Thinking, Fast and Slow | Daniel Kahneman | Talks at Google

En een overzicht van Hoe mensen keuzes maken, De psychologie van het beslissen, W.L. Tiemeijer.

Met in Hoofdstuk 2: Het automatische brein, pag 37, 2 systemen.